(2015) Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos)

9 november 2015 door Telos in categorie Groen

De gemiddelde duurzaamheid van de Nederlandse gemeenten is in 2014 licht achteruitgegaan ten opzichte van 2013. Hieraan liggen verschillende ontwikkelingen ten grondslag. Aan de ene kant leidt de doorwerking van de economische crisis zowel tot een teruggang van het sociaal-cultureel kapitaal (vooral ‘economische participatie’, ‘veiligheid’ en ‘woonomgeving’) als van het economisch kapitaal (vooral ‘arbeid’). Aan de andere kant is er sprake van een verbetering van het ecologisch kapitaal (‘afvalinzameling’, ‘energietransitie’ en ‘lucht’). Dit blijkt uit de ‘Nationale monitor duurzame gemeenten 2015’ van Telos waarin de duurzaamheidsprestaties van alle 393 Nederlandse gemeenten zijn getoetst. 
De hoogst scorende gemeenten zijn Midden-Delfland, Rozendaal, Naarden, Bloemendaal en Houten. Het laagst scoren Pekela, Oldambt, Nissewaard, Stadskanaal en Menterwolde. Onder de 17 gemeenten met 150.000 of meer inwoners scoort Utrecht het hoogst en Rotterdam het laagst.
Per kapitaal zijn er duidelijke verschillen. Voor het ecologisch kapitaal scoort het nog jonge Almere het hoogst en Zaanstad het laagst, terwijl op sociaal-cultureel gebied Haarlem het hoogst scoort en Rotterdam het laagst. Op economisch gebied heeft Groningen de hoogste en Zaanstad opnieuw de laagste resultaten. De gemeenten met de hoogste scores in ons land liggen doorgaans zowel in groen gebied als in de nabijheid van grote gemeenten waar veel inwoners naar toe pendelen om te werken. Deze mensen combineren de gunstige groene en sociale kwaliteiten van de eigen woonomgeving met de vaak betere economische kansen van de nabijgelegen grote stad.
Opmerkelijk is dat met name de grote steden achterlopen bij de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval. Niet alleen Rotterdam, ’s-Gravenhage en Amsterdam scoren laag, ook steden als Utrecht, Arnhem en Groningen.
Een andere opvallende uitkomst is dat de energietransitie naar een klimaatneutrale samenleving in het oosten van het land minder vorm krijgt. Amsterdam en Rotterdam lopen hierin juist voorop. Grotere gemeenten bieden meer mogelijkheden tot toepassing van innovatieve oplossingen en tot beperking van het gas- en elektriciteitsverbruik. Factoren die daarbij een rol spelen zijn schaalvoordelen, meer open staan voor technologische vernieuwing en compactere woningbouw. Windenergie wordt, in overeenstemming met de plannen tot 2020, vooral langs de kusten van de Noordzee en in Flevoland aangetroffen.