(2018) Effecten van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt - een quickscan (PBL)

21 maart 2018 door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in categorie Groen

In het rapport “effecten van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt – een quickscan” van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt verkend in hoeverre de transitie naar duurzame energie effect heeft op de nationale en provinciale arbeidsmarkt.

Er wordt uitgegaan van twee scenario’s van energietransitie. Als eerste het basispad: een voortzetting van het huidige beleid anno 2017. Het tweede scenario gaat uit van 95% reductie van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van 1990, met hogere CO2-beprijzing, een forse verhoging van de investeringen in duurzame energie, isolatie, en andere vormen van vervoer. In het basispad wordt gerekend met extra investeringen van € 15 mrd, in het 95%-reductiescenario met een investering van € 28 mrd. De analyse kijkt naar de directe effecten van de energietransitie, maar ook naar de indirecte effecten. De directe effecten betreffen de werkgelegenheidsgroei door bijvoorbeeld alternatieve energiesystemen, isolatie en verschuiving van de energieproductie. Daar tegenover staan echter de indirecte effecten: het wegvallen van banen omdat het geld dat wordt geïnvesteerd in de energietransitie niet meer naar andere sectoren gaat. Voor Utrecht levert dit in het basispad per saldo 3.000 banen op en in het 95%-scenario 2.000 banen. De beperkte groei van het aantal Utrechtse banen wordt vooral veroorzaakt omdat een belangrijk deel van de werkgelegenheidsgroei neerslaat in de maakindustrie, een sector die in Utrecht beperkt aanwezig is. Banengroei treedt ook op bij ingenieursbureaus. Het aantal banen neemt in de bouw sneller toe in het basispad dan bij een 95%-scenario. In sectoren die in Utrecht sterk aanwezig zijn, zoals groothandel en IT-diensten, daalt de werkgelegenheid per saldo in beide scenario’s.

De energietransitie leidt niet tot spanning op de arbeidsmarkt in de provincie Utrecht. In beide scenario’s komt de verhouding tussen het aantal vacatures en het aantal werkzoekenden uit op circa nul. Dit wijkt af van de meeste provincies, waar de trend is dat er veel meer vacatures zijn dan werkzoekenden. Een mogelijke verklaring is dat dit komt door het geringe aandeel dat Utrecht inneemt op de (duurzame) energiemarkt. Wel is het zo, dat het per sector verschilt in hoeverre er spanning optreedt op de arbeidsmarkt. Zo is er in het 95%-scenario een overschot aan werkzoekenden in de sector productie/distributie van gas & elektra in de provincie Utrecht, terwijl er in de meeste andere provincies een tekort is. In de bouw in Utrecht zullen er volgens de berekeningen van PBL ook meer werkzoekenden dan vacatures zijn.